Veelgestelde vragen

Vermogensverzekering

Vermogensverzekering

  • Welke regels zijn er nieuw en welke zijn gewijzigd?

    Met ingang van 1 januari 2018 geldt de Europese verordening PRIIPs (Officieel Verordening 1286/2014 en de bijbehorende gedelegeerde verordening 653/2017) voor een groot aantal beleggingsproducten en verzekeringsproducten met een beleggingscomponent. PRIIP staat voor Packaged Retail and Insurance-based Investment Product. De verordening schrijft het maken en verspreiden van een Essentiële-informatiedocument (Eid) voor. Elke PRIIP moet daaraan voldoen. Een Eid helpt beleggers bij het doorgronden en vergelijken van deze producten.

    Als gevolg van deze nieuwe EU regels heeft het Ministerie van Financiën het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (Bgfo) aangepast. En de Autoriteit Financiële Markten heeft daarop ook de Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (Nrgfo) aangepast.

  • Waar vind ik meer informatie over de nieuwe wetgeving?

    Wil je meer weten over de achtergronden van de nieuwe wet- en regelgeving? Kijk dan eens op de website van de toezichthouder, afm.nl. Als je de zoekfunctie op afm.nl gebruikt en zoekt op PRIIP verschijnen er meerdere artikelen met informatie.

  • Waarom heeft mijn nieuwe Vermogensverzekering allemaal andere rendementen dan mijn oude verzekering?

    Van 2008 tot en met 2017 golden er voor beleggingsverzekeringen bepaalde regels voor de berekening van voorbeeldkapitalen. Die regels waren gelijk aan de regels voor de Financiële Bijsluiter. Dat betekende dat wij als verzekeringsmaatschappij op een offerte voorbeeldkapitalen moesten berekenen op basis van een:

    1. bruto historisch rendement
    2. 4% bruto (ook wel vergelijkings-)rendement
    3. bruto pessimistisch rendement.

    Ook op waardeoverzichten moeten we deze berekeningen hanteren. Alleen in een offerte mochten wij een andere berekening toestaan in de vorm van het eigen voorbeeldrendement. Dit eigen voorbeeldrendement mocht niet hoger zijn dan het historisch rendement.

    Voor verzekeringen met een ingangsdatum voor 1 januari 2018 blijven wij bij mutatieoffertes en jaarlijkse waardeoverzichten deze voorbeeldrendementen hanteren.

    Voor verzekeringen met ingangsdatum 1 januari 2018 en later zijn de bovenstaande regels gewijzigd. Welke regels er gewijzigd zijn, lees je onder “Welke regels zijn er nieuw en welke zijn gewijzigd?” Nu moeten wij in de offertes en jaarlijkse waardeoverzichten dezelfde berekeningen gebruiken als in het Essentiële-informatiedocument en mogen wij geen andere berekeningen meer gebruiken. Wij mogen dus ook geen eigen voorbeeldrendement meer tonen in offertes.

  • Hoe kan ik mijn oude verzekering met mijn nieuwe vergelijken?

    De uitkering van een beleggingsverzekering is onzeker en daarom niet te voorspellen. Het vergelijken van voorbeeldkapitalen (oude verzekering) met de scenario-uitkomsten (een offerte) van een nieuwe Vermogensverzekering) is daarom geen juiste vergelijking.

    Vergelijken van het verschil in kosten tussen een oude verzekering en een (offerte van een) nieuwe Vermogensverzekering kunnen wij en/of je adviseur doen met behulp van het 4% bruto vergelijkingsrendement. Bij het overstappen naar een Vermogensverzekering bepalen wij eenmalig en uitsluitend voor vergelijkingsdoeleinden het voorbeeldkapitaal bij 4% bruto. Wij kunnen of je adviseur kan met behulp van deze berekening dan een vergelijking maken waaruit blijkt of een Vermogensverzekering lagere kosten heeft.

    Om een goede vergelijking tussen een oude en nieuwe verzekering te kunnen maken, moet je naast de kosten, verder ook rekening houden met de hoogte van de premie, de resterende looptijd, het soort beleggingen, het beleggingsrisico, de kosten van de verzekering en de beleggingen en de mogelijkheden die de verzekering biedt. Een vergelijking op toekomstig te verwachten rendementen is niet te maken. Niemand weet wat het toekomstig rendement zal zijn. Kies je een (offerte van een) nieuwe Vermogensverzekering met beleggingen die sterk vergelijkbaar zijn met de beleggingen van je oude verzekering? Dan is de rendementsverwachting voor beide verzekeringen min of meer vergelijkbaar.

  • Wat is eigenlijk “4% bruto vergelijkingsrendement”?

    Het 4% bruto vergelijkingsrendement geeft een voorbeeldkapitaal van het beleggingsproduct waarbij het rendement wordt vastgesteld op 4% bruto. Als er dan voorbeeldkapitalen van 2 verschillende beleggingsproducten berekend worden met dezelfde uitgangspunten (identieke premie/inleg, (overlijdens)risicodekkingen, looptijd, etc) dan kunnen alleen de kosten een verschil in de uitkomst maken. Het product met het hoogste voorbeeldkapitaal op 4% bruto heeft dus de laagste kosten.

    Het 4% bruto vergelijkingsrendement is dus een hulpmiddel om twee verschillende beleggingsproducten met elkaar te kunnen vergelijken.

    Bij beleggingsverzekeringen met ingangsdatum voor 1 januari 2018 wordt dit 4% bruto vergelijkingsrendement nog steeds gebruikt. Bij nieuwe verzekeringen met ingangsdatum 1 januari 2018 mag dit niet meer gebruikt worden. Behalve voor een eenmalige vergelijking bij overstap van een oude naar een nieuwe verzekering. Het 4% bruto vergelijkingsrendement mag niet meer gebruikt worden voor verzekeringen met ingangsdatum 1 januari 2018 of later omdat de regels waar wij ons als maatschappij aan moeten houden gewijzigd zijn. Kijk voor meer informatie over welke regels er gewijzigd onder “Welke regels zijn er nieuw en welke zijn gewijzigd?”

  • Hoe wordt het bruto historisch rendement bepaald?

    De wijze waarop het bruto historisch rendement wordt vastgesteld, staat beschreven in bijlage 5 van de Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (Nrgfo). Daar staat kortgezegd het volgende:

    • Wanneer een beleggingsfonds of beleggingsmix korter dan 4 jaar bestaat dan dient het rendement uit tabel 0 gebruikt te worden.
    • Wanneer een beleggingsfonds of beleggingsmix 20 jaar of langer bestaat dan worden voor een recente periode van 20 jaar de maandelijkse rendementen van het fonds op een rij gezet en daar een gemiddelde over bepaald.
    • Wanneer een beleggingsfonds of beleggingsmix tussen de 4 en 20 jaar bestaat dan worden, voor zover deze beschikbaar zijn, de maandelijkse rendementen van het fonds gebruikt en de ontbrekende periode wordt aangevuld met het rendement uit tabel 0.

    Kortom de voorgeschreven regels stellen dat hoe korter een fonds bestaat hoe meer het historisch rendement uit de voorgeschreven (tabel 0) waardes bestaat en hoe minder relevant de eigen historie is.

    Historische rendementen worden uitsluitend nog gebruikt voor beleggingsverzekeringen met een ingangsdatum van voor 1 januari 2018.

  • Hoe wordt het pessimistisch rendement bepaald?

    Het pessimistisch rendement is vastgesteld door de AFM in een tabel. Dit betekent dat als je in dezelfde beleggingsmix blijft, het pessimistisch rendement dat je de komende jaren op je waardeoverzicht gaat zien, nu al bekend is. Het heeft dus niets te maken het feitelijke rendement van je beleggingen.

    Het pessimistisch rendement is afhankelijk van 3 dingen. Allereerst het soort beleggingsfonds dat je hebt. Hiervoor heeft de AFM een indeling in diverse categorieën gemaakt. Daarnaast is van belang of het beleggingsfonds meer of minder dan 15% in andere valuta dan euro’s belegt. En tot slot is de resterende looptijd tot einde van je verzekering van belang. Het te hanteren percentage is met deze informatie af te lezen uit een tabel die is opgenomen in de Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (Nrgfo). Het betreft tabel 2b die staat in bijlage 4. Let op: als je de tabel 2b in de Nrgfo opzoekt, zie je de rendementen per maand. Wij informeren je meestal over rendementen per jaar. Hierbij hebben wij het maandrendement dan voor u omgerekend naar een jaarrendement.

    Pessimistische rendementen worden uitsluitend nog gebruikt voor beleggingsverzekeringen met een ingangsdatum van voor 1 januari 2018.

  • Waarom zijn de uitkomsten van de scenario’s zo hoog?

    Uitgangspunt voor de berekening van de verschillende scenario’s is de ontwikkeling van de koers van de beleggingsmix die je hebt gekozen (of van het Life Cycle-beleggen) in de afgelopen 5 jaren. De scenario’s gaan ervan uit dat de beleggingen zich de hele looptijd van je verzekering op soortgelijke wijze zullen ontwikkelen als in die 5 jaar.

    Hebben de beleggingen een slechte periode van 5 jaar mee gemaakt? Dan zijn de uitkomsten van de scenario’s laag. Hebben de beleggingen een heel goede periode van 5 jaar meegemaakt? Dan zijn de uitkomsten van de scenario’s hoog. Om die reden zijn op dit moment de uitkomsten van de scenario’s hoog, omdat de rendementen in de afgelopen 5 jaar relatief hoog zijn geweest.

    De datum waarop die periode van 5 jaar eindigt staat in de offerte van de Vermogensverzekering genoemd. Ook staat die datum genoemd in de documenten ‘specifieke informatie beleggingsoptie’ die horen bij de Essentiële-informatiedocumenten. Minimaal eens per jaar schuift de vijfjaarsperiode een jaar op; je ziet dit onder andere terug in het jaarlijkse waardeoverzicht.

  • Waar vind ik meer informatie over de beleggingsmixen van de Vermogensverzekering?

    Op onderstaande webpagina’s vind je meer informatie over de beleggingsmixen, waaronder een factsheet en de beleggingsbrochure.

  • Zijn de kosten voor de Vermogensverzekering (recent) gewijzigd?

    Nee de kosten voor de Vermogensverzekering zijn nog nooit gewijzigd. De kosten zijn voor alle Vermogensverzekeringen als volgt:

    • De eerste kosten voor het sluiten van de Vermogensverzekering zijn € 349 (bij betaling ineens) of € 360 (bij betaling in 36 termijnen van € 10). Deze kosten worden ingehouden op de premie/koopsom of op overdrachtswaarde van je oude beleggingsproduct. Bij een omzetting van je oude beleggingsproduct bij Reaal naar de Vermogensverzekering zijn er geen eerste kosten.
    • Maandelijkse kosten zijn € 5 voor premiebetalende verzekeringen en € 2,50 bij premievrije verzekeringen. Om deze kosten te voldoen wordt een bedrag ingehouden op de premie dat noemen we de 'kostenpremie'.
    • Extra maandelijkse kosten van € 3 bij een aanvullende overlijdensrisicoverzekering. Bij premiebetaling per kwartaal, half jaar of jaar verrekenen we die maandelijkse € 3 naar een bedrag per kwartaal, half jaar of jaar met een korting voor vooruitbetaling. Deze kosten worden ingehouden op de premie. Naast deze kosten betaal je voor een aanvullende overlijdensrisicoverzekering ook risicopremie. Deze is afhankelijk van de leeftijd en gezondheid van de verzekerde en de duur en hoogte van de uitkering. Ook deze risicopremie wordt ingehouden op de premie voor de Vermogensverzekering.
    • Kosten voor het beheren van de beleggingen komen ten laste van de beleggingsmixen*. Deze worden elk jaar achteraf vastgesteld in een percentage (de LKF) en zijn al 5 jaar op rij 0,35%. Wij verwachten dat dit percentage de komende jaren ongewijzigd zal blijven.
    • Daarnaast komt ten laste van de beleggingsmixen*: rente en/of kosten voor aan- en verkopen van de beleggingen binnen de beleggingsmix en ook belastingen die betaald moeten worden over de beleggingen (bijvoorbeeld dividendbelasting of financiële transactiebelasting) komen voor rekening van de beleggingsmix.

    Voor verzekeringen vanaf 1 januari 2018 gelden niet alleen nieuwe regels om scenario's te presenteren maar ook nieuwe regels om kosten te presenteren. Nieuw in de regels voor het presenteren van kosten is:

    1. Dat de verwachte kosten die de beheerder van de beleggingen gaat maken (die worden uitgedrukt in een percentage en Lopende Kosten Factor - afgekort LKF - worden genoemd) over de looptijd van de verzekering zowel als percentage als ook in euro's moet worden vermeld;
    2. Dat de rente en/of kosten voor aan- en verkopen van de beleggingen binnen de beleggingsmix, inclusief financiële transactiebelastingen, moet worden uitgedrukt in een percentage en ook in een verwachting in euro's over de looptijd.


    *) Ten laste van de beleggingsmix betekent dat deze kosten in mindering gebracht zijn op de waarde van de beleggingsmix. Deze kosten zijn dus meegenomen in het vaststellen van de koers. Als je kijkt naar koersgrafieken of rendementen op basis van de koersen hoef je dus geen rekening meer te houden met die kosten. Kijk ook onder "Wat houdt dan nou precies in dat kosten in de koers verwerkt zitten?"

  • Portefeuilletransactiekosten, wat zijn dat?

    Portefeuilletransactiekosten omvatten alles wat te maken heeft met de transacties binnen het beleggingsfonds of de beleggingsmix. Voorbeelden van deze kosten leest u bij het antwoord op de vraag: “Wat zijn dan precies portefeuilletransactiekosten?”.

    Elk beleggingsfonds of beleggingsmix heeft portefeuilletransactiekosten. Ook de fondsen van uw oude of andere beleggingsproducten hebben (en hadden) deze kosten. Vanaf 31 december 2019 zijn alle beleggingsfondsen en beleggingsmixen verplicht een Essentiële-informatiedocument te publiceren in plaats van de huidige Essentiële beleggingsinformatie document. Op het Essentiële-informatiedocument moeten verplicht de portefeuilletransactiekosten worden gepubliceerd. Dus straks worden deze kosten voor iedereen inzichtelijk. Reaal is een van de eersten in de markt om deze kosten te publiceren.

    Het vermelde percentage portefeuilletransactiekosten wordt per beleggingsfonds of beleggingsmix berekend en kijkt terug over een periode van 3 jaar. Minimaal 1x per jaar wordt het percentage herzien door de driejaarsperiode op te schuiven. Alle portefeuilletransactiekosten zitten in het percentage ook als een beleggingsfonds of beleggingsmix op zijn beurt weer belegt in een ander beleggingsfonds of een beleggingspool.. In dat geval is er ook rekening gehouden met de portefeuilletransactiekosten in de onderliggende fondsen of pool(s).

    Portefeuilletransactiekosten waren er altijd al. Alleen niet inzichtelijk. Dit komt omdat lang discussie is geweest bij vermogensbeheerders of de portefeuilletransactiekosten als kosten moeten worden gezien of als onderdeel van het rendement. Die discussie duurde de Europese Unie te lang en zij heeft de markt gedwongen deze kosten inzichtelijk te maken. De discussie blijft echter bestaan. Beleggen zonder dat er sprake is van portefeuilletransactiekosten is namelijk onmogelijk. En portefeuilletransactiekosten worden voornamelijk beïnvloed door de beleggingskeuzes van de vermogensbeheerder. Een goede vermogensbeheerder houdt in zijn beleggingskeuzes dus rekening met de portefeuilletransactiekosten. Bij 2 beleggingen met gelijke rendements- (en gelijke risico)verwachting, maar waarbij de ene dubbel zoveel transactiekosten heeft als de ander, ligt het voor de hand de keuze te maken voor degene met de laagste kosten.

    Vermogensbeheerders houden in de rendements- (en risico-)verwachting dus al rekening met de portefeuilletransactiekosten. Vermogensbeheerders kiezen op basis van de rendements- (en risico)verwachting waar ze in willen beleggen. Daarna gaan ze op zoek naar de laagst mogelijke portefeuilletransactiekosten. Veel beheerders hebben daarvoor een ‘best execution’-beleid. Dat beleid dwingt hen voor elke beleggingskeuze actief te zoeken naar de laagste kosten voor uitvoeren van de beleggingsopdracht. Ook ACTIAM, de vermogensbeheerder van de beleggingsmixen van de Vermogensverzekering, heeft een ‘best execution’-beleid.

  • Welke kosten vallen zoal onder portefeuilletransactiekosten?

    Portefeuilletransactiekosten is een verzamelnaam voor kosten die gemaakt worden bij verschillende soorten transacties. Om dit te verduidelijken, zie je hieronder enkele voorbeelden.

    • Kosten die gemaakt worden bij het inschakelen van een beurshandelaar bij de uitvoering van aan- en/of verkooptransacties (brokerkosten).
    • Kosten die gemaakt worden bij de bank, bijvoorbeeld:
      • voor het overschrijven van geld (betalingsverkeerkosten) of
      • het omwisselen naar een andere valuta (valutakosten) of
      • tijdelijk rood staan (kredietkosten)
    • Kosten om beleggingen in bewaring te nemen (depotkosten)
    • Waarderingsverschillen. Dat is het verschil tussen de prijs waartegen een belegging verhandeld is binnen het beleggings­fonds of beleggingsmix en de prijs waarop die belegging ge­waardeerd wordt door het beleggings­fonds of de beleggingsmix om de koers vast te stellen. Als een beleggings­fonds of beleggingsmix maar 1 koers per dag heeft dan wordt voor alle beleggingen binnen het beleggings­fonds of de beleggingsmix ook maar naar 1 moment van de dag gekeken om de waarde vast te stellen. Meestal is dat de laatste koers van de dag ook wel de "slotkoers" genoemd.
    • Voorbeeld van een waarderingsverschil. Stel binnen een beleggingsmix wordt voor € 100.000 aandelen gekocht in bedrijf X. Dit gebeurt op de beurs om 17:50 uur tegen een koers van € 40. Dan worden 2500 aandelen verkregen. Om 18:00 sluit de beurs en de laatste koers van bedrijf X is € 39,98. In de laatste 10 minuten van de beurs is de koers dus nog met 2 cent gedaald. De waarde van de 2500 aandelen is nu € 99.950 het verschil met de oorspronkelijke €100.000 is € 50 en ook dat wordt aangemerkt als portefeuilletransactiekosten.

    Naast bovenstaande voorbeelden zijn er nog veel meer 'kosten' die onder de portefeuilletransactiekosten vallen. Elke specifieke belegging (vastgoed, grondstoffen, crypto-valuta, kunst, etc.) heeft vaak ook wel een (of meerdere) soort(en) kosten die als portefeuilletransactiekosten aan te merken zijn.

  • De Vermogensverzekering belegt toch in indexvolgers. Die maken toch geen portefeuilletransactiekosten?

    Iedere beleggingsmix van de Vermogensverzekering bestaat voor een bepaald percentage uit aandelen. Dit deel belegt in een drietal ACTIAM Responsible Index Funds Equity (ARIFE’s). Omdat deze fondsen de index volgen en niet actief beheerd worden maken ze minder transacties. Minder transacties zorgen voor lagere portefeuilletransactiekosten. Maar ook een indexfonds heeft portefeuilletransactiekosten. Een vermogensbeheerder van een indexfonds maakt ook portefeuilletransactiekosten als hij aan- of verkooptransacties uitvoert bijvoorbeeld wanneer je geld in zo’n fonds wil beleggen. Bij elke omwisseling van geld naar beleggingen worden portefeuilletransactiekosten gemaakt.

  • Ik wil graag de laagste kosten. Welke beleggingsmix heeft de laagste portefeuilletransactiekosten?

    Binnen de Vermogensverzekering  geldt dat beleggen in aandelen lagere portefeuilletransactiekosten (PtrK) met zich mee brengt dan beleggen in obligaties. De liquiditeitenbeleggingen zitten daar qua kosten tussen in. Elke beleggingsmix krijgt daarom een eigen percentage PtrK. De beleggingsmix met het hoogste percentage obligaties (Reaal Beleggen 2) heeft daarom de hoogste kosten. De beleggingsmix met het hoogste percentage aandelen (Reaal Beleggen 5) heeft de laagste PtrK.

    Het is niet verstandig om uitsluitend op grond van PtrK een keuze te maken. De risico- en rendementsverwachting en de mate waarin de beleggingen passen bij je beleggingsprofiel, zijn belangrijker dan de PtrK.

    De PtrK kunnen je wel helpen om de beleggingsmixen van de Vermogensverzekering te vergelijken met concurrerende en vergelijkbare financiële producten. Heeft een concurrent een beleggingsproduct met dezelfde rendements- en risicoverwachting maar met lagere PtrK? Dan ben je daar mogelijk beter af.

  • Heeft mijn oude Reaal Beleggingsverzekering ook portefeuilletransactiekosten?

    Ja.

    Elk beleggingsfonds of elke beleggingsmix heeft portefeuilletransactiekosten. Dat betekent dat je niet zonder deze kosten kunt beleggen, ook niet in je oude verzekering. Volgens de regelgeving voor je oude verzekering hoeven deze kosten niet nadrukkelijk benoemd te worden, maar worden ze gezien als onderdeel van het rendement.

  • Wat zijn de portefeuilletransactiekosten op mijn oude Reaal Beleggingsverzekering?

    Voor je oude verzekering en de daarin gebruikte fondsen is er (nog) geen verplichting de portefeuilletransactiekosten te melden. Om dit inzichtelijk te kunnen maken, hebben wij de medewerking van onder andere de vermogensbeheerder(s) nodig.  Wij beschikken daardoor nu nog niet over deze gegevens, maar wij streven er naar op termijn deze gegevens inzichtelijk te gaan maken. Op dit moment kunnen we je voor de 3 meest voorkomende beleggingsfondsen in onze portefeuille een indicatie van de portefeuilletransactiekosten geven:

    Reaal Euro Mixfonds 0,48%
    RZL Euro Mixfonds 0,50%
    Reaal PP Optimaalfonds Europa 0,40%
  • Zijn portefeuilletransactiekosten hetzelfde als aan- en verkoopkosten op mijn verzekering?

    Nee, portefeuilletransactiekosten vallen binnen het beleggingsfonds of binnen de beleggingsmix en zijn dus verwerkt in de koers. Aan- en verkoopkosten op je verzekering zijn de kosten die we van je premie of inleg afhalen voor de omwisseling van geld naar (beleggings)eenheden. Deze kosten zitten niet verrekend in de koers van de beleggingsmixen.

  • Is de op- en/of afslag (bied- en laatspread) onderdeel van de portefeuilletransactiekosten?

    Ja, op- en afslagen zijn onderdeel van de portefeuilletransactiekosten. Op- en afslagen zitten in de koers verwerkt. Een andere benaming voor de op- en afslagen is de (bied- en laat)spread.

    De beleggingsmixen van de Vermogensverzekering hebben geen op- en afslagen maar de onderliggende fondsen van ACTIAM wel. Ook die zijn in de portefeuilletransactiekosten verwerkt.

  • Is financiële transactiebelasting onderdeel van de portefeuilletransactiekosten?

    Ja, alle financiële transactiebelastingen moeten worden meegenomen in het vaststellen van het percentage portefeuilletransactiekosten.

    In diverse landen in de wereld worden er financiële transactiebelastingen geheven. Dat is een belasting bijvoorbeeld over de aankoop van aandelen. Dit is vergelijkbaar met de overdrachtsbelasting die we in Nederland kennen als je een huis koopt. De overdrachtsbelasting is ook een vorm van financiële transactiebelasting.

  • Wat houdt de verwerking van kosten in de koers precies in (voor koersvorming ingehouden)?

    Een beleggingsfonds of een beleggingsmix heeft een balans en een winst- en verliesrekening, net als een bedrijf. Het is eigenlijk een klein bedrijfje dat niets anders doet dan beleggen. De koers is het eigen vermogen van het bedrijfje gedeeld door het aantal uitstaande (beleggings-) eenheden. Het eigen vermogen bestaat uit alle beleggingen na aftrek van schulden en/of andere betalingsverplichtingen,  bijvoorbeeld nog te betalen belastingen of nog te betalen rekeningen (bijvoorbeeld aan de accountant). Het eigen vermogen wordt ook wel aangeduid als de Net Asset Value (NAV)

    Alle kosten die samenhangen met het beheer van een beleggingsfonds of beleggingsmix worden uitgedrukt in de Lopende Kosten Factor (LKF). Deze factor wordt als volgt berekend: alle door de beheerder aan het fonds toegerekende kosten van een jaar opgeteld en vervolgens gedeeld door de gemiddelde NAV van dat jaar. Voor de Vermogensverzekering van Reaal is de LKF van alle 5 de beleggingsmixen al jaren 0,35%.

    Alle kosten die samenhangen met transacties van een beleggingsfonds noemen we Portefeuilletransactiekosten (PtrK). Zie de vraag “Wat zijn dan precies portefeuilletransactiekosten?” om te lezen wat we daar allemaal onder verstaan. Voor beleggingsmix Reaal Beleggen 3 is het PtrK percentage momenteel 0,59%. Dit zijn alle transactie gerelateerde kosten van de afgelopen 3 jaar opgeteld en gedeeld door de gemiddelde NAV van die 3 jaar.

    De LKF en PtrK percentages mag je bij elkaar optellen omdat ze op vergelijkbare wijze zijn vastgesteld. Totaal zijn de kosten dan 0,35% + 0,59% = 0,94%

    Met een voorbeeld drukken we uit hoe dat dan in de koers verwerkt zit. Stel dat de koers van Reaal Beleggen 3 aan het begin van een jaar € 20 was en aan het einde van dat jaar € 21,65. Stel de LKF over dat jaar was 0,35% en de PtrK over dat jaar waren 0,59%. Het rendement van Reaal Beleggen 3, zonder rekening te houden met de LKF en PtrK, bedroeg dan 9,19%. Na aftrek van de LKF (0,35%) en de PtrK (0,59%) is het rendement van Reaal Beleggen 3 totaal 8,25%. Dat de LKF en de PtrK al in de koers van Reaal Beleggen 3 verwerkt zijn, blijkt als we met behulp van de koersen het rendement berekenen. De stijging van de koers van € 20 naar € 21,65 is een koersstijging 8,25%.

    Voor LKF en PtrK geldt dat ze inzicht geven in hoeveel kosten het ‘bedrijfje’ dat we beleggingsfonds of beleggingsmix noemen heeft gemaakt. Dit maakt het mogelijk om verschillende beleggingsfondsen of beleggingsmixen te vergelijken op kosten.

  • Mijn vraag staat er niet bij. Waar kan ik een vraag stellen?

    Je kunt op verschillende manieren je vraag aan ons stellen. Kijk hiervoor op onze contactpagina of via 'help me nu'.

  • Ik heb een klacht over mijn Vermogensverzekering. Waar kan ik die indienen?

    Ben je ondanks de uitgebreide toelichting toch ontevreden en wil je een klacht indienen? Dan kan met ons online klachtenformulier.

    Heb je een klacht over het tonen van de portefeuilletransactiekosten en scenarioberekeningen? Dan is het goed te weten dat wij ons hiervoor houden aan de nieuwe regels die gelden vanaf 1-1-2018. Daarom verwijzen wij je met je klacht graag door naar de Autoriteit Financiële Markten. Je kunt een melding maken via afm.nl.

Help me nu

Help me nu

  • Veelgestelde vragen

  • Social media

    Stel ons je vraag en je ontvangt tijdens openingstijden binnen 1 uur een reactie.

    We zijn op maandag tot en met vrijdag bereikbaar tussen 8.00 en 21.00 uur. Op zaterdag kun je ons bereiken tussen 10.00 en 16.00 uur.

  • Zelf regelen

    Verandert er iets in jouw persoonlijke situatie of wil je je verzekering wijzigen?

  • Chat

    Direct antwoord op je vraag? Start de chat. Wij zitten voor je klaar!

    Chat met ons

    Sorry, op dit moment zijn er geen medewerkers beschikbaar.

    Direct antwoord op je vraag? Start de chat. Wij zitten voor je klaar!

    Chat met ons

    Sorry, op dit moment zijn er geen medewerkers beschikbaar.

    Waar gaat je vraag over?

    We zijn op maandag tot en met vrijdag bereikbaar tussen 8.00 en 21.00 uur. Op zaterdag kun je ons bereiken tussen 10.00 en 16.00 uur.

  • Bellen

    We zijn op maandag tot en met vrijdag bereikbaar tussen 8.00 en 21.00 uur. Op zaterdag kun je ons bereiken tussen 10.00 en 16.00 uur.

    072 - 519 40 00

  • Adviseur

    Je kan veel zelf doen, maar in sommige situaties is hulp van een onafhankelijk adviseur een goede keus.