Woordenboek hypotheken

Wat is hypotheekrente, executieverkoop of het jaarlijks kostenpercentage? Kenmerkend voor hypotheken zijn de vele begrippen en het vakjargon. Maar wat betekent het allemaal?

Heb je een vraag?

Gemakkelijk en overzichtelijkBelangrijkste begrippen rondom je hypotheek

a - g

Aankoopkosten

Aankoopkosten zijn de eenmalige kosten die je bij de koop van je woning moet betalen. Deze kosten komen bovenop de prijs die je voor je woning betaalt. Voorbeelden van aankoopkosten zijn notariskosten en overdrachtsbelasting.

Acceptatie

Door acceptatie (ondertekening) van een hypotheekofferte komt een overeenkomst van geldlening tot stand. Bij sommige geldverstrekkers kan een eenmaal geaccepteerde offerte nog kosteloos worden geannuleerd. Dit kan dan alleen in de periode vóór het ondertekenen van de hypotheekakte bij de notaris.

Afloopkosten/einddatum

De datum waarop de hypotheek helemaal afgelost moet zijn.

Aflosdatum

De dag waarop je je hypotheek helemaal terugbetaalt.

Aflossingsvorm

Je hypotheek is een lening. Deze lening moet je uiteraard terugbetalen. Dit noemen we ook wel aflossen van de hypotheek. Je kunt op verschillende manieren aflossen. De manier waarop je aflost, noemen we de aflossingsvorm. In sommige gevallen los je maandelijks een klein deel af en in sommige gevallen los je de hele hypotheek af op de aflosdatum. Er zijn verschillende hypotheekvormen: annuïteitenhypotheek, lineaire hypotheek, spaarhypotheek en aflossingsvrije hypotheek.

Aflossingsvrije hypotheek

Bij een aflossingsvrije hypotheek los je niets af zolang je de hypotheek hebt. Je betaalt tijdens de looptijd van de hypotheek alleen rente. Als de hypotheek de aflosdatum heeft bereikt, dan moet je de hypotheek in één keer aflossen. Bijvoorbeeld met spaargeld of door je woning te verkopen of een nieuwe hypotheek af te sluiten.

Afsluitkosten

De afsluitkosten betaal je één keer. Het is een bedrag dat een hypotheekverstrekker in rekening brengt bij het afsluiten van een hypotheek. Sinds 1 januari 2013 betaal je bij het afsluiten van een hypotheek geen afsluitkosten meer.

Annuïteitenhypotheek

Bij een annuïteitenhypotheek betaal je tijdens de rentevastperiode iedere maand hetzelfde bedrag. In het begin bestaat dat bedrag vooral uit rente en een klein beetje aflossing. Doordat je iedere maand iets aflost, neemt iedere maand het te betalen rentebedrag iets af. Omdat het totale maandbedrag hetzelfde blijft, neemt daardoor het bedrag dat overblijft om af te lossen steeds iets toe. Aan het einde van de looptijd is je annuïteitenhypotheek helemaal afgelost.

Boetevrij aflossen

Jaarlijks mag je een bedrag op de hypotheek aflossen zonder dat je boeterente hoeft te betalen. De hoogte van dit bedrag is meestal een percentage van de oorspronkelijke lening.

Bouwdepot

Een bouwdepot is een rekening waar de geldverstrekker (een deel van) je hypotheek op kan storten. Met het geld op deze rekening betaal je de rekeningen voor de bouw of verbouwing van je woning. Het is belangrijk dat je al je bonnen goed bewaart. Je hebt deze nodig om het bedrag uit je bouwdepot te mogen gebruiken. Meer informatie vind je in de veelgestelde vragen over (ver)bouwdepot.

Bouwdepotrente

Het rentepercentage dat je ontvangt over het bedrag dat in je bouwdepot staat. Dit percentage is gekoppeld aan het percentage dat je betaalt voor je hypotheek.

Executieverkoop

Als je de hypotheek niet meer kunt betalen, probeert de geldverstrekker eerst samen met jou een oplossing te vinden. Lukt dat niet, dan kan de geldverstrekker je woning uiteindelijk gedwongen verkopen.

Geldverstrekker/geldgever

Het bedrijf of de persoon die je geld leent voor de aankoop van je woning.

h - n

Hoofdsom

Het bedrag van de hypotheek.

Huidige hoofdsom

Het bedrag dat je nog moet aflossen op je hypotheek.

Hypotheek

Het bedrag dat je leent voor de aankoop of verbouwing van je woning.

Hypotheekakte

De overeenkomst tussen jou en een geldverstrekker, waarin de afspraken voor de hypotheek zijn vastgelegd, noemen we een hypotheekakte. De hypotheekakte teken je bij de notaris.

Hypotheekrecht

Als je een bedrag leent, vraagt de geldverstrekker zekerheid voor de terugbetaling van dit bedrag. Hiervoor geef je een recht van hypotheek op je woning. Hiermee kan de geldverstrekker je woning verkopen als je niet betaalt.

Hypotheekrente

De hypotheekrente is de vergoeding die je maandelijks betaalt voor de hypotheek. Het is een percentage van de huidige hoofdsom.

Jaarlijks Kostenpercentage (JKP)

De regels voor het vaststellen van het JKP van een krediet zijn voor alle geldverstrekkers gelijk. Daardoor kan je het JKP gebruiken om de kosten van verschillende kredietproducten met elkaar te vergelijken. Het JKP bestaat uit de totale kosten van het krediet (waaronder de rente) uitgedrukt in een percentage op jaarbasis van het totale bedrag. Deze kosten ben je dus verschuldigd aan de geldverstrekker. Kosten die je bijvoorbeeld aan je adviseur, Nationale Hypotheek Garantie (NHG), notaris of taxateur betaalt zijn niet verwerkt in het JKP.

Leningdeel

Een hypotheek kan bestaan uit verschillende delen. Ieder verschillend deel noemen we een leningdeel. Voorbeeld: je hypotheek is voor de helft een spaarhypotheek en voor de helft een aflossingsvrij hypotheek. Dan heb je 2 leningdelen.

Lineaire hypotheek

Bij een lineaire hypotheek betaal je elke maand, naast de rente voor je hypotheek, een vast deel van de lening terug. De schuld wordt dus kleiner. Daarom betaal je steeds minder rente over de hypotheek.

Looptijd

De periode van de ingangsdatum tot de afloopdatum van je hypotheek.

Nationale Hypotheek Garantie (NHG)

Dit is de naam van de garantie die je kunt krijgen als je een lening afsluit voor het kopen of verbouwen van een woning. Dit kan alleen als je zelf in de woning gaat wonen. NHG geeft banken meer zekerheid over de aflossing van je hypotheek. Het voordeel is dat je korting ontvangt op de rente die je normaal gesproken zou betalen.

De Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen is de uitvoerende instantie en kan garant voor je staan. Bij een eventuele gedwongen verkoop kan de stichting in bepaalde situaties de ontstane restschuld terugbetalen aan de geldverstrekker. Voor deze zekerheid betaal je eenmalig een vergoeding aan de stichting. Meer informatie hierover lees je op nhg.nl.

o - z

Omzetten

Dit betekent dat je de aflossingsvorm van je hypotheek verandert. Je wilt bijvoorbeeld meer zekerheid dat je de hypotheek kunt aflossen en verandert daarom je aflossingsvrije hypotheek in een spaarhypotheek.

Oorspronkelijke hoofdsom

Het bedrag dat je op de ingangsdatum van de hypotheek hebt geleend.

Overbruggingshypotheek

Heb je een nieuwe woning gekocht en is je oude woning nog niet verkocht? Dan kan je met een overbruggingshypotheek de verwachte overwaarde van je oude woning gebruiken voor de financiering van de nieuwe woning. Verkoop je je oude woning? Dan betaal je de overbruggingshypotheek terug.

Overlijdensrisicoverzekering

Dit is een verzekering die je kunt afsluiten bij je hypotheek. Deze verzekering keert een bedrag uit als jij of je partner tijdens de looptijd van de verzekering overlijdt. Met dit bedrag kan je je hypotheek (gedeeltelijk) aflossen.

Oversluiten

Je lost je huidige hypotheek af doordat je een andere hypotheek afsluit. Het aflossen van je hypotheek zonder dat je je woning verkoopt kan (hoge) boetes tot gevolg hebben.

Premie

Het bedrag dat je betaalt voor een verzekering. Dit bedrag kan bijvoorbeeld bestaan uit risicopremie, spaarpremie en administratiekosten.

Provisie

Provisie is de betalingssystematiek waarbij de bank of verzekeraar de financieel adviseur betaalt voor de werkzaamheden die hij voor je heeft gedaan. Sinds 2013 is deze manier van belonen bij hypotheken niet meer toegestaan.

Rentevastperiode / Rentecontractperiode

Een hypotheek wordt meestal afgesloten voor een looptijd van 30 jaar. Vaak kiezen mensen voor een rentevastperiode die korter is dan de looptijd van de hypotheek. Dat betekent dat veel mensen één of meerdere keren opnieuw hun rentevastperiode moeten kiezen. De rentevastperiode is de periode waarin het rentepercentage gelijk blijft.

Spaarhypotheek

Bij een spaarhypotheek heb je naast je hypotheek ook een spaarhypotheekverzekering. Je betaalt elke maand, naast de rente, ook premie voor deze verzekering. Met de verzekering spaar je het bedrag om de hypotheek te kunnen aflossen. Het bedrag dat je spaart, is altijd even groot als het bedrag dat je voor de spaarhypotheek leent. Je weet daardoor vooraf zeker dat je je spaarhypotheek op de afloopdatum kunt aflossen. Let op: je lost tijdens de looptijd van je hypotheek dus niet af, maar bouwt een bedrag op waarmee je aan het einde van de looptijd de hypotheek kunt aflossen.

De rente die je krijgt over je spaarbedrag is gelijk aan het rentepercentage dat je moet betalen over je hypotheek. Meestal is in de spaarverzekering ook een overlijdensrisicoverzekering opgenomen.

Variabele rente

Een variabele rente betekent dat de rente vaak kan wijzigen. Je maandlasten kunnen iedere maand veranderen en dus ook stijgen.

Verhuisregeling/meeneemregeling

De verhuisregeling houdt in dat je de rente die hoort bij de oude hypotheek, kunt meenemen naar een nieuwe hypotheek voor een nieuwe woning.

Verpanden

Je geeft een verzekering als onderpand aan de geldverstrekker. Door de verzekering aan de hypotheek te koppelen, krijgt de geldverstrekker extra zekerheid dat je de lening (gedeeltelijk) terugbetaalt. Door het verpanden kan je de verzekering niet meer aanpassen of stopzetten zonder toestemming van de geldverstrekker.

Verzekerd kapitaal bij overlijden

Dit is het bedrag dat de verzekering uitkeert na het overlijden van de verzekerde persoon.

Help me nu

Help me nu